Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie

Naar inclusiever onderwijs met écht open leermateriaal

Toegankelijkheid begint lang voordat een leerling een les opent

Open leermateriaal biedt leraren steeds meer vrijheid om lessen af te stemmen op hun leerlingen. Maar die belofte komt pas echt tot zijn recht als iedere leerling ermee kan werken. Ook leerlingen met een visuele, auditieve, motorische of cognitieve beperking. Samen met Impuls Open Leermateriaal en Kennisnet onderzocht Dedicon hoe toegankelijkheid structureel onderdeel kan worden van het ontwikkelen, publiceren en delen van leermateriaal via platform Wikiwijs. Niet als controle achteraf, maar als uitgangspunt vanaf de bron.

Open onderwijs vraagt om gelijke toegang

Steeds meer scholen ontdekken de kracht van open leermateriaal. Leraren kunnen bestaande lessen aanpassen, combineren en verrijken met eigen materiaal. Daardoor sluiten lessen beter aan bij de praktijk én bij de behoeften van hun leerlingen.

Impuls Open Leermateriaal Deze link opent in een nieuw tabblad stimuleert die ontwikkeling vanuit het Nationaal Groeifondsprogramma. De ambitie is helder: leraren meer regie geven over het lesmateriaal dat zij gebruiken. “Wij zijn niet tegen methodes,” vertelt Diane van Steekelenburg, adviseur en begeleider contentprojecten bij Impuls Open Leermateriaal. “Maar we vinden dat leraren altijd kritisch moeten kunnen kijken welk lesmateriaal het beste past bij een bepaald thema of bij de groep leerlingen die zij voor zich hebben. Soms is dat een methode. Soms is dat iets wat zij zelf maken of aanpassen.”

Dat open karakter maakt het verschil. Open leermateriaal mag niet alleen vrij gebruikt worden, maar ook aangepast en opnieuw gedeeld worden. Zo groeit de kwaliteit van het materiaal doordat leraren op elkaars werk voortbouwen.

“Als we willen dat lesmateriaal echt aansluit bij iedere leerling, hoort toegankelijkheid daar vanzelfsprekend bij.”
Diane van Steekelenburg
Impuls Open Leermateriaal

Een belofte die nog niet voor iedereen geldt

Toch schuilt daarin ook een uitdaging. Open beschikbaar betekent namelijk nog niet automatisch toegankelijk. Wanneer een afbeelding niet kan worden voorgelezen, een video geen ondertiteling bevat of een interactieve opdracht alleen met een muis te bedienen is, ontstaat er alsnog een drempel. Het materiaal is dan wel beschikbaar, maar niet bruikbaar voor iedereen.

Van Steekelenburg zag dat die vraag steeds nadrukkelijker op tafel kwam. “Als we willen dat lesmateriaal echt aansluit bij iedere leerling, hoort toegankelijkheid daar vanzelfsprekend bij. Dat past bij passend onderwijs en bij de ambitie om onderwijs inclusiever te maken.”

Die overtuiging vormde de aanleiding voor de samenwerking met Dedicon. De vraag was daarbij breder dan een technische toegankelijkheidstoets. Wat is er nodig om toegankelijkheid structureel onderdeel te maken van open leermateriaal?

Toegankelijkheid is een samenspel

Dedicon onderzocht de toegankelijkheid van Wikiwijs Maken, de omgeving waarin leraren zelf leermateriaal ontwikkelen. Twee bestaande lesarrangementen werden uitgebreid geanalyseerd. Daarbij werd gekeken naar zowel de techniek als de inhoud van het lesmateriaal. Het project resulteerde onder meer in een toegankelijkheidsaudit van Wikiwijs Maken, praktische richtlijnen voor auteurs, technische aanbevelingen voor ontwikkelaars, voorbeeldarrangementen en advies over toegankelijkheidsmetadata. Daarmee ontstond een compleet beeld van wat nodig is om toegankelijkheid duurzaam te verankeren.

Een belangrijk inzicht was dat toegankelijkheid nergens op zichzelf staat. Een leraar kan alleen alternatieve teksten toevoegen wanneer het platform daarvoor de juiste mogelijkheden biedt. En andersom levert een technisch toegankelijk platform weinig op wanneer auteurs niet weten hoe zij toegankelijk leermateriaal ontwikkelen.
Lalibel Mohaupt, UI/UX-designer (ontwerper van de User Interface en User Experience) van Wikiwijs Deze link opent in een nieuw tabblad bij Kennisnet: “Je kunt leraren nog zo goed uitleggen hoe zij toegankelijk lesmateriaal maken. Als het platform daar onvoldoende in ondersteunt, blijft het effect beperkt.”

Juist dat inzicht maakte duidelijk dat toegankelijkheid geen verantwoordelijkheid is van één partij. Platformontwikkelaars, auteurs, kwaliteitsbeoordelaars en toegankelijkheidsexperts vormen samen één keten.

“Je kunt leraren nog zo goed uitleggen hoe zij toegankelijk lesmateriaal maken. Als het platform daar onvoldoende in ondersteunt, blijft het effect beperkt.”
Lalibel Mohaupt
UX designer Wikiwijs

Praktische verbeteringen met direct effect

De toegankelijkheidsaudit leverde concrete verbeterpunten op. Veel daarvan bleken relatief eenvoudig op te lossen. Zo werd de toetsenbordbediening sterk verbeterd, kregen schermlezers betere ondersteuning en werd de navigatiestructuur logischer ingericht. Volgens Mohaupt zat de grootste winst juist in die praktische verbeteringen. “De toetsenbordbediening was voor mij de belangrijkste. Als iemand niet goed door een pagina kan navigeren, houdt eigenlijk alles op.”

Tegelijkertijd werd ook duidelijk dat sommige vraagtypen in lesopdrachten fundamenteel opnieuw ontworpen moeten worden. Interactieve sleepopdrachten of opdrachten waarbij de leerling op een afbeelding moet klikken, zijn bijvoorbeeld veel lastiger toegankelijk te maken. Daarom worden deze vanaf het begin meegenomen in de ontwikkeling van een nieuwe versie van Wikiwijs Maken.

Toegankelijkheid als vast onderdeel van het proces

Technische verbeteringen vormen slechts één kant van het verhaal. Minstens zo belangrijk is dat leraren leren hoe zij toegankelijk leermateriaal ontwikkelen. Daarom ontwikkelde Dedicon een praktische handleiding waarin per contenttype staat beschreven hoe toegankelijkheid kan worden toegepast. Van koppen en tabellen tot afbeeldingen, video’s en opdrachten.

De handleiding is inmiddels opgenomen in de kwaliteitsinstrumenten van Impuls Open Leermateriaal, zodat toegankelijkheid een vaste plek krijgt in de ondersteuning van leraren. Volgens Van Steekelenburg is dat minstens zo belangrijk als de technische verbeteringen. “Een leraar denkt niet automatisch aan toegankelijkheid wanneer hij een les maakt. Daarom willen we dat het onderwerp steeds terugkomt. In het kwaliteitskader dat we gebruiken en in de hulpmiddelen die leraren gebruiken.”

Diezelfde beweging is zichtbaar bij de ontwikkeling van Wikiwijs. Waar toegankelijkheid eerder vooral onderwerp was van een audit, maakt het nu onderdeel uit van het reguliere ontwerp en ontwikkelproces. Het team neemt toegankelijkheid direct mee in keuzes rond gebruikersinterfaces en softwareontwikkeling. “Dit traject heeft ons laten zien hoe belangrijk het is om toegankelijkheid vanaf het begin mee te nemen”, vertelt Mohaupt. “Tijdens de ontwikkeling kost dat vaak weinig extra moeite. Achteraf aanpassen is ingewikkelder.”

Samen bouwen aan toegankelijk onderwijs

Toegankelijkheid ontstaat dus pas wanneer alle schakels in de keten samenwerken. Platformontwikkelaars moeten functionaliteiten ontwerpen die toegankelijk gebruik mogelijk maken. Auteurs moeten weten hoe zij toegankelijk leermateriaal ontwikkelen. Kwaliteitsbeoordelaars moeten toegankelijkheid meewegen. En alle leerlingen moeten open leermateriaal kunnen gebruiken, dus ook leerlingen met een beperking.

Juist daarin lag de kracht van de samenwerking tussen Impuls Open Leermateriaal, Kennisnet en Dedicon. Dedicon bracht de knelpunten in kaart en vertaalde deze naar praktische verbeteringen. Van technische aanpassingen en richtlijnen voor auteurs tot advies over metadata en kennisdeling. Zo ontstond een stevig fundament om toegankelijkheid blijvend onderdeel te maken van het ecosysteem van open leermateriaal.

De grootste opbrengst van het project zit daarom niet in één verbeterde functionaliteit of één toegankelijk lesarrangement. De echte winst is dat toegankelijkheid een vanzelfsprekend onderdeel wordt van het hele proces: van ontwerp en ontwikkeling tot publicatie en hergebruik. Daardoor krijgen meer leerlingen toegang tot hetzelfde lesmateriaal als hun klasgenoten, zonder afhankelijk te zijn van aanpassingen achteraf.

Zo brengen Impuls Open Leermateriaal, Kennisnet en Dedicon de belofte van open onderwijs een stap dichterbij: leermateriaal dat écht open is, zodat iedereen het kan gebruiken.

Leestijd 5 minuten

Gerelateerd

Blijf up-to-date

Abonneer je op onze nieuwsbrief Toegankelijk publiceren