E-mail adviesteam
Adviesteam Dedicon
Experts in Toegankelijkheid
Vectoren zijn grootheden die bepaald worden door een getal (lees: waarde) én een richting. Denk bijvoorbeeld aan snelheid, verplaatsing, versnelling en kracht. Vectoren kun je beschrijven in de wiskunde door pijlen. Pijlen hebben altijd een richting en een lengte. Hoe kun je dit weergeven in tekst voor de brailleleesregel, zodat blinde leerlingen ook dit onderdeel van wiskunde kunnen leren?
Bij vectoren komen pijlen voor die worden omgezet naar platte tekst volgens de symbolen voor pijlen. De meest gangbare pijl is –> (pijl naar rechts). De pijl wordt voorafgegaan door een accolade openen om aan te geven dat hij boven een andere tekst staat. Er volgt geen accolade ‘sluiten’ aan het eind. De tekst die onder de pijl staat wordt direct aan de pijl vast geschreven. Als deze tekst spaties bevat, worden er haken omheen geschreven om aan te geven boven welk deel de pijl staat.
Twee vectoren.
|
Wiskunde |
Lineair |
|---|---|
|
{–>a = {–>OA |
De som van twee vectoren.
|
Wiskunde |
Lineair |
|---|---|
|
{–>t = {–>v + {–>w |
Samengestelde vector met onderindexen.
|
Wiskunde |
Lineair |
|---|---|
|
{–>(F_1 + F_2) |
De haken geven aan boven welk deel de pijl staat.
De norm van een vector.
|
Wiskunde |
Lineair |
|---|---|
|
||{–>v|| |
Experts in Toegankelijkheid