Wat kun je met welke leesvorm?
Iedere leerling is anders. En iedere leesbeperking is anders. We krijgen dan ook vaak vragen binnen over hoe je tot de juiste keuze komt voor een leesvorm. Het helpt als je weet welke vragen je moet stellen. En eenmaal een leesvorm gekozen: test of het echt werkt!
Onze toegankelijkheidsmanager bij Dedicon licht toe: ‘Wie voor de keuze van een leesvorm staat, adviseer ik altijd zichzelf enkele specifieke keuzevragen te stellen. Deze vragen zijn van belang om de middelen, de omgeving én de wensen van de leerling in kaart te brengen. En vervolgens op elkaar af te stemmen.’
De gebruiker |
|
De taken |
|
De omgeving |
|
De technologie |
|
Deze vragen om middelen, omgeving en wensen van de gebruiker in kaart te brengen, zijn gebaseerd op het SETT-model van Joy Zabala. SETT staat voor Student, Environment, Task en Technology. Meer over de achtergronden en downloads vind je op http://joyzabala.com Deze link opent in een nieuw tabblad.
Om te achterhalen of de gekozen leesvorm ook echt goed past bij de leerling, evalueer je dat samen met de leerling zelf. Dat doe je aan de hand van deze ‘3G’s Gemak, Genot en Gewin. Hoe meer vragen met een ‘ja’ beantwoord kunnen worden, hoe beter de leesvorm ook echt past. De kans op acceptatie en langdurig gebruik nemen toe als deze alle drie hoog scoren. Een lage score op een onderdeel kan aanleiding zijn voor meer ondersteuning of een andere keuze. Ook de omgeving is een zwaarwegende factor.
Gemak
Genot
Gewin
De vragen van de 3G’s zijn gebaseerd op het 4E-model van Betty Collis. Zij maakt in het model onderscheid tussen de factoren:
Experts in Toegankelijkheid