Toegankelijke wiskundenotatie: de regels
‘Blind en bèta gaan niet goed samen.’ Dat is een kreet die je vaak hoort, maar is dat ook waar? Hoe zit dat bijvoorbeeld met wiskunde? In dit artikel rekenen we af met vijf mythes rondom het volgen van het vak wiskunde als je blind bent.
De notatie in de (zwartschrift) boeken is inderdaad niet geschikt voor de brailleleesregel. In rekensommen en wiskunde worden symbolen gebruikt en niet alles wordt, zoals in braille, lineair genoteerd. Bijvoorbeeld: onder en boven de breukstreep, machtsverheffingen worden in superscript geschreven. De meeste landen kennen daarom een speciale braillecode voor wiskunde. Wij hebben sinds 2009 de lineaire notatie voor wiskunde. Natuurlijk is lineaire wiskunde minder overzichtelijk ‘in brokjes verdeeld’ als in de zwartschrift notatie. Echter: you can train the brain! Het vereist – zoals alles – oefening, maar jouw leerling kan er prima mee werken, tot op de universiteit aan toe. Bovendien kunnen zienden en niet-zienden er onderling prima mee communiceren, zonder dat extra software nodig is.
Dedicon maakt alle grafieken die je nodig hebt bij rekenen en wiskunde, zodat je de uitleg kunt begrijpen en om opdrachten te kunnen maken. Omdat grafieken een beperkte vormentaal hebben (bijvoorbeeld X-as, Y-as, oorsprong, waarden, lijnen), kunnen blinde lezers die al snel zonder verdere uitleg zelfstandig lezen.
Dan zijn er nog de ruimtelijke figuren, zoals cilinders, kubussen, piramides en ingewikkelder figuren. Perspectieftekeningen zijn op de tast niet geschikt voor blinde leerlingen. De tekeningenbanden voor het leren lezen van driedimensionale onderwerpen, voor de ontwikkeling van ruimtelijk inzicht en wiskundige vaardigheden zijn te bestellen in onze webwinkel Deze link opent in een nieuw tabblad. Daarnaast bevat de wiskundekist van Bartiméus en Visio draadfiguren en andere 3D-materialen. Blinde leerlingen en studenten kunnen – na de nodige oefening uiteraard – 3D-objecten net zo goed ‘spatialiseren’ (zich een ruimtelijke voorstelling maken) als ziende leerlingen. Waarbij geldt, net als bij ziende leerlingen, dat de een hier meer aanleg voor heeft dan de ander.
Ook daarvoor bevat de wiskundekist hulpmiddelen. Een driehoek tekenen? Die kun je eenvoudig vouwen! Heel handig zijn speciale tekenborden met plastic folie op een rubbermat dat opbolt als je er met een pen overheen gaat. Voor 3D-voorwerpen gebruikt de leerling figuren die op verschillende manieren zijn doorgesneden en/of draadfiguren die allerlei doorsnedes aangeven.
Leerlingen met een visuele beperking werken met Allercalc of Microsoft Excel. Ook zijn er toegankelijke grafische rekenmachines. Die spreken Engels, maar dat is voor leerlingen die hiermee moeten werken doorgaans al gauw geen probleem meer.
Voor al deze uitdagingen is een adequate oplossing (te bedenken). De belangrijkste vraag is, of de leerling “een wiskundeknobbel heeft”. Zo ja, dan wordt hij of zij gelukkig van nadenken, oplossen van vraagstukken, logisch denken. En niet persé van het lezen van lange lappen tekst. Wiskunde is dan zeker een waardevol vak om te volgen. Vooral de niet-grafische onderdelen van de wiskunde, zoals algebra, lenen zich goed om toegankelijk te leren. We zullen niet beweren, dat je niet af en toe creatief moet zijn, maar wel dat blind en wiskunde prima samen kunnen gaan.
Experts in Toegankelijkheid